Vlaamse leeuw CORVE - Coördinatiecel Vlaams e-government. E-government en ICT-Beheer  
Contacteer ons - Sitemap - print - English 
U bent hier: start > over e-government > publicatie

publicatiedatabank

E-government en het economisch ondersteuningsbeleid. Van opleidingscheques naar e-conomy

Tim Ampe, Danam van Aert & Karolien Goossens
Oktober 2005


In het begin van het nieuwe millennium leek de Vlaamse overheid door de e-government-microbe gebeten. Op 8 december 2000 stelde de Vlaamse regering de basisprincipes inzake de realisatie van e-government vast (1) . Op 9 maart 2001 werd een ontwerp van samenwerkingsakkoord geformuleerd tussen de verschillende federale, gemeenschaps- en gewestelijke overheden van ons land betreffende de bouw en exploitatie van een gemeenschappelijk e-platform (2) . Op 30 maart 2001 hechtte de Vlaamse regering haar goedkeuring aan de oprichting van het e-governmentprojectteam (3) . Deze en andere documenten waren evenveel uitingen van het stijgend belang dat aan digitale dienstverlening werd gehecht. Vanuit het beleidsdomein economie was men niet blind voor deze evolutie. In de schoot van het departement EWBL werd op departementaal niveau een "E-Government Strategie" ontwikkeld (4) . Als onderliggende entiteit bleef de afdeling economisch ondersteuningsbeleid niet achter en zette ze haar visie in een uitgebreid document op papier (5).

E-government werd door de afdeling nooit als een doel op zich beschouwd, wel als een middel om op een moderne manier de klant te benaderen. De ontwikkeling van deze nieuwe filosofie fungeerde als een rode draad bij de uitvoering van het vernieuwd economisch ondersteuningsbeleid (6) . Gezien het vrij revolutionaire karakter van deze hervorming gaan we hier kort op in. De vorige Vlaamse regering bracht de reeds tijdens de jaren negentig ingezette heroriëntatie van de klassieke expansiesteun naar een flankerend beleid in een stroomversnelling. De focus werd nog meer dan voorheen verplaatst van de directe steun voor materiële investeringen naar steun voor opleiding, professioneel advies en de uitrusting van bedrijventerreinen. Tijdens de periode 2000-2004 werd zowel op juridisch als op financieel vlak drastisch vereenvoudigingswerk doorgevoerd. Voor wat betreft het eerste werd de oude wetgeving (7) in één beweging vervangen door een volstrekt nieuw decretaal kader (8) , voor wat betreft het laatste werden de oude Fondsen voor Economische Expansie en Regionale Reconversie (9) vervangen door het Fonds voor Flankerend Economisch Beleid (10) .

In het licht van deze juridische en financiële moderniseringsoperatie moet de strategische visienota worden gelezen waarbij de afdeling de principes van e-government toepaste op de ondersteuningsmaatregelen die zij in de periode 2000-2004 aan de bedrijven zou aanbieden: steun voor vorming, steun voor advies, steun voor bedrijfsinfrastructuur evenals, zij het in fundamenteel gewijzigde vorm, steun voor gewone en ecologische investeringen.

De afdeling kwam tot de conclusie dat voor het geheel van de instrumenten moest gestreefd worden naar een vraaggerichte site die maximaal zou tegemoet komen aan de volgende premissen:

  • proactiviteit d.w.z. dat de afdeling gebruik maakt van de kennis die de overheden over de klanten hebben en zelf initiatieven naar de potentiële klanten toe neemt zodoende dat vragen worden voorkomen;

  • transactionaliteit d.w.z. dat het proces van informatie, intake en afhandeling elektronisch gebeurt;

  • integratie d.w.z. dat het aanbod een geheel van samenhangende diensten omvat op basis van vraagpatronen.

Uit deze introductie mag blijken dat e-government binnen de afdeling economisch ondersteuningsbeleid “slechts” een onderdeel uitmaakte van een zeer grondige heroriëntatie van het economisch beleid met grote repercussies zowel naar de interne organisatie als naar de externe klanten. Hierna volgt een bespreking van de wijze waarop de afdeling gestalte heeft gegeven aan de implementatie van haar e-government visie.

1. De opleidingscheques als pilootproject

Vanuit de vaststelling dat de toekomst van de Vlaamse economie staat of valt met de aanwezigheid en het doelmatig gebruik van “brains” enerzijds, en het feit dat hersenen scleroseren als ze niet permanent worden onderhouden anderzijds, riep de toenmalige Vlaamse regering het levenslang leren uit tot een topprioriteit. Eén van de instrumenten om permanente vorming ingang te doen vinden in het economisch weefsel werd gevonden in het stelsel van de Waalse opleidingscheques. De Vlaamse regering had de bedoeling om de vormingsinspanningen in bedrijven in het algemeen, en KMO’s in het bijzonder, structureel op een hoger echelon te brengen. In secundaire orde zou het een steentje kunnen bijdragen tot de realisatie van het akkoord dat de sociale partners hadden afgesloten om minstens 1,8% van de loonmassa aan permanente vorming te besteden.

Het idee van de Waalse opleidingscheques werd goed bevonden, de wijze waarop dit project werd uitgevoerd sprak minder tot de verbeelding. Waar in Wallonië bureaucratie en papier de bovenhand haalden, werd in Vlaanderen de maatregel van de opleidingscheques geconcipieerd als een transactionele applicatie die, waar mogelijk, proactief optreedt ten aanzien van de klant. Vanuit de vaststelling dat kleinere ondernemingen in de regel moeilijker tot vormingsinspanningen te bewegen zijn, moest de maatregel zo simpel mogelijk worden gehouden. E-government bleek een uitstekend breekijzer om dit doel te bereiken.

De applicatie ging live op 4 februari 2002 en pal daarop aansluitend werd de communicatiecampagne gelanceerd via televisie en gedrukte pers. De applicatie voldeed aan de vooropgestelde principes van de strategische visienota. Ze was transactioneel – er wordt een contract afgesloten via het internet - , ze was proactief, onder meer door maximaal gebruik te maken van de klantgegevens die de overheid met betrekking tot de klant had.

Via de website http://vdab.be/opleidingscheques/default.shtml konden ondernemingen een subsidie aanvragen door opleidingscheques te bestellen. 50% van de waarde van de cheques werd betaald door de onderneming en de overige 50% werd bijgelegd door de Vlaamse overheid. De ondernemer registreerde via zijn ondernemingsnummer en de relevante bedrijfsgegevens werden opgehaald uit een centrale referentiedatabank van Belgische economisch actoren die was gebaseerd op de Graydon-databank (11). Vervolgens moest de ondernemer enkel aangeven hoeveel cheques hij wilde bestellen en zijn aandeel overschrijven aan Sodexho-Pass Belgium (12) , het bedrijf dat instond voor de uitgifte van de cheques. Tenslotte werden de cheques gedrukt en per post opgestuurd naar de ondernemer die op zijn beurt de facturen van de opleidingsverstrekker ermee kon betalen. De opleidingsverstrekker kon de geïnde cheques verzilveren op voorwaarde dat zij statistische beleidsinformatie leverde door het invullen van een evaluatieformulier op de website.


Afbeelding: Circuit van een opleidingscheque

Figuur 1. Circuit van een opleidingscheque

Via deze weg hebben het eerste jaar 11.730 ondernemingen circa 750.000 opleidingscheques aangekocht. In 2005 steeg dit aantal tot 13.800 ondernemingen die samen 1.500.000 opleidingscheques bestelden ter betaling van hun opleidingsinspanningen.

De belangrijkste ervaringen van dit eerste project kunnen als volgt worden samengevat:

  • Werken met een e-government applicatie zorgde ervoor dat bij de opmaak van de nieuwe maatregel op een totaal andere manier diende gewerkt te worden. Hoe complexer de regelgeving, hoe moeilijker het is om dit in IT-termen te vertalen. Bovendien resulteert toenemende complexiteit in een enorme toename van de kostprijs van een applicatie.

  • Doorheen de tijd was vast te stellen dat bij de start van het project de focus lag op het juridische, in secundaire orde op het technische. Bij de groei van het project kwam de focus omgekeerd te liggen terwijl tijdens de eindfase de communicatielijn aan belang toenam.

  • Met de lancering van de applicatie was het werk van de ambtenaren echter niet gedaan. De uitvoering van de maatregel werd overgedragen naar een operationele cel die instond voor de erkenning van de opleidingsverstrekkers en het beantwoorden van allerhande vragen. Ondanks het feit dat de subsidieaanvragen volledig elektronisch verlopen en daardoor het aantal ‘klanten’ in de tienduizenden ligt, is er nog steeds nood aan een bereikbare helpdesk. De eerstelijnsinformatie wordt gegeven door de Vlaamse Infolijn, maar de dossiergebonden informatie wordt verschaft door de operationele cel.

  • Vanuit IT-oogpunt werd het hiaat aan specifieke expertise, zowel intern als bij de outsourcer, opgevuld door maximaal terug te vallen op de expertise bij de emittent van de cheques. Dit kon niet voorkomen dat de maatregel startte terwijl de transactionele webapplicatie niet lanceringsrijp was.

  • Wat betreft communicatie luidde de belangrijkste conclusie dat communiceren via televisie een duur medium is terwijl een regelmatig terugkerende low profile campagne mogelijks effectiever was geweest.

Los van inhoudelijke beschouwingen stelde de administratie in 2003 verbeteringspotentieel vast, in het bijzonder inzake de administratieve lasten. Het hanteren van papieren cheques, op een ogenblik dat kredietinstellingen het gebruik van cheques ontmoedigden, verhoogde de transactiekosten zowel bij de ondernemer als bij de opleidingsverstrekker. Het door de opleidingsverstrekker verplicht in te vullen evaluatieformulier veroorzaakte wrevel wegens te bureaucratisch en te tijdrovend. Op verzoek van onder meer de SERV en onder impuls van de nieuwe minister van economie werd de maatregel begin 2004 volledig gedigitaliseerd. De papieren cheques werden vervangen door een elektronische portefeuille van waaruit de ondernemer de opleidingsverstrekker betaalt.

2. Bijkomende e-government initiatieven

2.1. Van adviespremies naar adviescheques

Ook al bleek uit de evaluatie van de adviespremies een hoge tevredenheid over het instrument, niettemin bleken de te lange administratieve afhandeling van de dossiers en de te lage frequentie van subsidieaanvragen pijnpunten. De maatregel werd omgevormd tot een modern instrument dat beantwoordt aan de behoeften van ondernemingen inzake hun nood aan betaalbaar en kwaliteitsvol bedrijfsadvies.

Op 5 maart 2005 ging de tweede e-governmentmaatregel van de afdeling economisch ondersteuningsbeleid on line (14) . Door de positieve ervaringen met de opleidingscheques, werd beslist om de adviescheques te ontwikkelen naar analogie met de opleidingscheques. Ondernemingen kunnen via de website www.vlaanderen.be/adviescheques adviescheques aanvragen waarbij de ondernemer 50% van de waarde van de cheques zelf betaalt en de Vlaamse overheid de andere helft.

Ondanks het feit dat de adviescheques inhoudelijk sterk leken op de opleidingscheques werden toch enkele belangrijke wijzingen doorgevoerd. In het bijzonder op IT-vlak deden zich verschuivingen voor wat voor een stuk toe te schrijven was aan een nieuwe onderaannemer. Zo werd de look-and-feel van de website gebaseerd op deze van de portaalsite Vlaanderen. Vanuit de ervaring bij de opleidingscheques dat de veiligheid van de applicatie belangrijk is, werd een striktere controle doorgevoerd op de toegang tot de applicatie. Tot slot voorzag de langetermijnvisie van de afdeling economisch ondersteuningsbeleid in een uitbreiding van het aantal transactionele applicaties. Om te vermijden dat ondernemingen voor elke maatregel een registratieprocedure moeten doorlopen werd een geïntegreerde toegangspoort tot de (toekomstige) applicaties ontwikkeld. Hierdoor moest elke onderneming zich maar éénmaal identificeren en werden niet-bevoegden van de beveiligde pagina’s afgeschermd.

Deze wijziging van de adviessubsidie via een papieren verwerking naar een deels elektronische verwerking via een website en met een systeem van cheques resulteerde in een administratieve lastenverlaging van 917.280 euro.

Afbeelding: circuit van een adviescheque

Figuur 2: Circuit van een adviescheque

2.2. Van expansiesteun naar groeipremie

Zoals boven aangehaald voerde de vorige Vlaamse regering belangrijke beleidsheroriëntaties door. De meest fundamentele wijziging bestond erin de klassieke expansie- of investeringssteun om te vormen van een open systeem naar een gesloten oproepsysteem. Waar in het eerste geval elke klant die aan de voorwaarden voldoet steun verkrijgt, worden in de groeipremie enkel de best scorende ondernemingen gesteund en dit tot uitputting van het beschikbare budget. Teneinde de relatieve onzekerheid waarin de klant in het nieuwe systeem vertoeft in de tijd te beperken (de klant weet immers niet of ze gunstig gerangschikt zal zijn) moest het beslissingsproces drastisch worden ingekort. Aangezien bovendien de wedstrijdformule met een gesloten enveloppe werkte, was er geen argumentatie meer om zoals voorheen bepaalde klanten op voorhand uit te sluiten. De combinatie van de verschillende elementen zorgde ervoor dat de afdeling gedwongen werd tot de creatie van een mathematisch beoordelingssysteem dat toeliet duizenden klanten tegelijkertijd te beoordelen en te rangschikken zonder dat over de uiteindelijke rangschikking een zweem van discussie mocht bestaan.

Bovenstaand schema verduidelijkt de complexiteit van de operatie aan de hand van de dossierstroom. Na de elektronische indiening van het dossier (1) wordt in de back-office uit de Graydon-databank automatisch de van de onderneming relevante data opgehaald (2). De administratie gaat vervolgens elektronisch na in hoeverre de onderneming achterstallen heeft bij de RSZ of inzake onroerende voorheffing (3). De ontvankelijke projecten krijgen nadien automatisch een score toegewezen op basis van de mathematisch gedefinieerde beleidscriteria (4) en worden na normalisatie automatisch omgezet in een rangschikking (5) die ter goedkeuring aan de minister wordt voorgelegd (6). Het systeem laat toe een in principe oneindig aantal projecten te klasseren binnen een zeer korte tijdspanne. Actueel wordt binnen de twee maanden na afsluiting van de oproep het resultaat bekend gemaakt daar waar in het oude regime een beslissing tussen de drie en twaalf maanden op zich liet wachten.


Figuur: Circuit van een groeipremie

Figuur 3: Circuit van een groeipremie

De groeipremie, dat naar personeelsaanpak op dezelfde multidisciplinaire leest was geschoeid als de cheque-instrumenten, werkt zoals de adviescheques met een workflow-engine waarop de dossiers intern worden afgewerkt. Naargelang de complexiteit van de taakstelling werden intern functieprofielen gedefinieerd en toegewezen aan de personeelsleden conform hun competenties. De inschakeling van nieuwe technologie reduceerde tevens de administratieve lasten structureel met gemiddeld per jaar 5.087.250 euro.

2.3. Van expansiesteun voor ecologische investeringen naar ecologiepremie

Ook de expansiesteun voor ecologische investeringen onderging een grondige facelift. Uit de praktijk bleek de steun weinig efficiënt (de onderneming kon niet vooraf uitmaken of zijn investering ecologisch was of niet) en effectief (de investering werd soms slecht gedaan dusdanig dat de bijdrage aan het milieu nihil was). Inspiratie zoekend in Deense en Nederlandse voorbeelden werd ervoor geopteerd om ecologische investeringen in een limitatieve lijst te plaatsen waaruit ondernemingen hun investering kunnen kiezen. Hierna volgende figuur geeft het proces schematisch weer.


Figuur: Circuit van een ecologiepremie

Figuur 4: Circuit van een ecologiepremie

Na de elektronische indiening van het dossier (1) wordt in de back-office uit de Graydon-databank automatisch de van de onderneming relevante data opgehaald (2). Vervolgens kiest de onderneming één of meerdere investeringen uit die hij zal uitvoeren (3). Indien de technologie niet op de lijst staat, wordt het dossier voor adviesverlening doorgestuurd naar de afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie die in deze de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek kan raadplegen (4bis). De administratie gaat elektronisch na in hoeverre de onderneming achterstallen heeft bij de RSZ of inzake onroerende voorheffing (5) en treft de finale beslissing. De applicatie is erg complex, niet alleen door het feit dat ettelijke honderden technologieën werden onderzocht op hun ecologisch karakter, maar ook omwille van de talloze modaliteiten in de regelgeving. Zo is het mogelijk verschillende technologieën te combineren, er kan een bonus worden verkregen als men een kwaliteitscertificaat voorlegt, het systeem voorziet de klant van een simulator aan de hand waarvan hij zijn steun kan berekenen. Tevens moet de applicatie rekening houden met budgetbepalingen die erin bestaan dat de steun wordt geplafonneerd. Eén en ander maakt duidelijk dat met deze laatste applicatie, die op 29 oktober 2004 werd gelanceerd, de grens van wat programmeerbaar is zonder dat de praktische werkbaarheid wordt aangetast, werd bereikt.

De ecologiepremie werd door een multidisciplinair team in afdelingsoverschrijdend verband ontwikkeld. Technologisch werd gebruik gemaakt van dezelfde producten als bij de adviescheques en de groeipremie wat betekent dat ook hier de interne processen werden geanalyseerd op hun moeilijkheidsgraad en vervolgens werden toegewezen aan de beschikbare personeelsleden. De applicatie zorgde opnieuw voor een terugdringen van de administratieve lasten met een structurele kostenvermindering van 301.002 euro per jaar.

3. E-conomy.

De nood aan administratieve vereenvoudiging en het navolgen van de e-government visie werd door de afdeling economisch ondersteuningsbeleid (AEO) ingevuld door de subsidies en de processen van de afdeling op een nieuwe leest te schoeien. De overkoepelende registratiemodule, ‘inkom’ genoemd, komt reeds verregaand tegemoet aan het principe dat de kennis die bij de overheid zit, waar dan ook, niet opnieuw aan de ondernemer gevraagd wordt.

Dit is een mooie implementatie van de e-government principes, evenwel geïsoleerd en op beperkte schaal. Deze maatregelen met de interactieve website binnen een groter geheel kaderen, lijkt een evidente stap. Het streven naar integratie van alle Vlaamse elektronische diensten voor de (kandidaat)ondernemer in Vlaanderen tot één ondernemersloket wordt een doel op zich, dit zowel op gebied van informatie als op gebied van transactionele applicaties, centrale registratiemodule, subsidiewegwijzer, ondernemingsfoto, … Uiteindelijk moet een digitale en transactionele dienstverlening naar de ondernemer toe bereikt worden.

3.1. De huidige situatie

Zoals hiervoor beschreven biedt de AEO-website niet enkel informatie. Het is een site met interactieve applicaties, een centrale registratiemodule en on line beslissingen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de Vlaamse referentiedatabank om relevante data van de onderneming op te halen die nodig zijn om een dossier on line goed te keuren. Alle huidige subsidies van de afdeling zijn hier gegroepeerd onder één centrale inkom.

Daarnaast kunnen de ondernemers terecht voor een meer uitgebreide waaier aan informatie op de huidige ondernemerssite. Deze louter informatieve site biedt thematische navigatie over starten, subsidies, financiering, buitenlandse handel, innovatie…

Schematisch ziet het eruit als volgt:

Figuur: overzicht van de AEO website Figuur: structuur van de ondernemen website
Figuur 5: AEO-site Figuur 6: Ondernemerssite

Het ontbreken van interactie tussen de twee websites impliceert diverse beperkingen.

  • Er is informatieontsluiting via verschillende websites. De informatie over opleidingscheques, groeipremie, ecologiepremie, … is ook terug te vinden op de huidige ondernemerssite. Dit betekent dubbel werk voor de beheerders van de informatie wat de kans op discrepanties doet stijgen.

  • De overkoepelende registratie gebeurt momenteel op een te laag niveau. Deze registratie is immers enkel bruikbaar voor de interactieve subsidies van de afdeling economisch ondersteuningsbeleid. De klantenregistratie is momenteel niet bruikbaar voor andere doeleinden.

Twee sites betekenen tijdverlies, zowel voor de klant als voor de beheerders van informatie.

3.2. De overgang naar e-conomy.

Integratie van de twee websites is aan de orde om een complete en interactieve dienstverlening aan de ondernemer aan te bieden. Hiertoe stelde de afdeling economisch ondersteuningsbeleid een actieplan op dat goedgekeurd werd door de Vlaamse minister van economie. Dit plan is onderverdeeld in verschillende etappes met elk een eigen tijdtraject.

De eerste etappe waaraan momenteel wordt gewerkt en die operationeel zou moeten zijn begin 2006, is de integratie van de informatie en de applicaties. Dit betekent dat de ondernemerssite de AEO-site zal opslorpen. Alle informatie evenals de aanvraag voor subsidies zal dan bereikbaar zijn via één kanaal. De ondernemerssite zal het on line-loket voor dienstverlening en consultatie van overheidsinformatie voor ondernemers worden.

Zoals reeds eerder aangehaald, bevindt de centrale registratiemodule zich op een te laag niveau. Deze centrale inkom optillen naar een hoger echelon zodanig dat de registratie ruimer bruikbaar is, is een volgende stap. Door de registratie en het ophalen van data uit de Vlaamse referentiedatabank, kan reeds in deze etappe een beperkte ondernemingsfoto opgesteld worden. Deze foto bevat onder meer tewerkstellingsgegevens, gegevens over de grootte van de onderneming maar ook dossiergegevens van de afdeling economisch ondersteuningsbeleid.

Deze beperkte ondernemingsfoto leent zich tot segmentatie. Doordat verschillende data over de onderneming gekend zijn, kan deze geleid worden naar informatie en subsidies die voor hem van toepassing zijn. Door registratie en identificatie kan een profiel van de onderneming opgesteld worden waardoor het personaliseren van de site mogelijk is. Via ‘mijn onderneming’ zal de ondernemer kunnen opteren voor meer gerichte informatie die voor hem van belang is en die hij wil opvolgen via de site.

Deze beperkte ondernemingsfoto kan geoptimaliseerd worden door het opstellen van een ondernemingsfoto via de Vlaamse servicebus (VSB). Via de Vlaamse servicebus kunnen er data uitgewisseld worden tussen verschillende instanties met het ondernemingsnummer als unieke sleutel. Hierdoor kan een basisfiche per onderneming aangemaakt worden met gegevens zoals tewerkstelling, activiteit, grootte van de onderneming verrijkt met allerlei dossiergegevens van de onderneming.

Een volgende stap is het uitbouwen van een digitaal subsidieoverzicht. Dit is een interactieve applicatie die de ondernemer toelaat om, op basis van selectiecriteria, relevante steunmaatregelen te filteren. Door de koppeling van dit subsidieoverzicht aan de ondernemingsfoto kan automatisch een eerste screening van relevante subsidies gebeuren. De ontwikkeling van nieuwe applicaties zal systematisch gekaderd worden in het e-conomy project. Data-uitwisseling zal gebeuren via de Vlaamse servicebus. Het uiteindelijke streefdoel is een intelligente communicatie met andere reeds bestaande loketten opzetten zodat de gebruiker/ondernemer zich slechts één keer moet registreren om toegang tot elk loket te krijgen.

Al deze etappes op elkaar laten aansluiten en alle blokken in elkaar laten passen tot één uniek ondernemersloket resulteert in het volgende schema.


Figuur architectuur van het geïntegreerd overheidsloket voor ondernemingen

Figuur 7: Architectuur van het geïntegreerd overheidsloket voor ondernemingen.

De afdeling heeft geopteerd voor een bottom-up aanpak om tot directe resultaten te komen. De eerste stappen zijn gezet maar er is nog een ganse weg te gaan om e-conomy te realiseren.


Tim Ampe is afdelingshoofd van de afdeling economisch ondersteuningsbeleid, departement EWBL van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Danam van Aert en Karolien Goossens zijn in dezelfde afdeling actief als adjunct van de directeur.

  1. Document VR/2000/01.12/DOC.0162.

  2. Document VR/2001/09.03/DOC.0187.

  3. Document VR/2001/30.03/DOC.0241.

  4. A. Devis en J. De Leenheer, "Thesis n.a.v. de cursus “E-business strategie”, Vlerick Leuven Gent Management School, mei-december 2000.

  5. E-government in de afdeling Economisch Ondersteuningsbeleid, Strategische visienota d.d. 2 april 2001.

  6. Document VR/2000/27.10/med.40. Beleidsbrief Economie 2001, D. Van Mechelen, Vlaams minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media.

  7. Het gaat om de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie, de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering en het decreet van 15 december 1993 tot bevordering van de economische expansie in het Vlaamse Gewest.

  8. Decreet van 31 januari betreffende het economisch ondersteuningsbeleid.

  9. Decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991.

  10. Decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002.

  11. In de back-office werd gebruik gemaakt van de Graydon-databank om klantgegevens op te roepen die noodzakelijk zijn om de toelaatbaarheid van de aanvraag tot het bekomen van opleidingscheques te screenen. Er werd geopteerd om hiervoor beroep te doen op de Graydon-databank omdat op dat ogenblik de ontsluiting van gegevens via de Kruispuntbank der Ondernemingen nog niet operationeel was.

  12. Het contract tot emissie van de cheques werd via een onderhandelingsprocedure door de Vlaamse Regering toegewezen aan de NV Sodexho op 21 december 2001.

  13. Nota aan de Vlaamse regering inzake het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2003 betreffende de adviescheques.

(c) CORVE 2012 - Disclaimer