Vlaamse leeuw CORVE - Coördinatiecel Vlaams e-government. E-government en ICT-Beheer  
Contacteer ons - Sitemap - print - English 
U bent hier: start > over e-government > publicatie

publicatiedatabank

Titel: E-government strategie voor de Vlaamse overheid

Auteur: Lieven Raes
December 2005

Inhoud

  1. Inleiding

  2. Kenmerken van het gevoerde e-governmentbeleid

    2.1. Kenmerken en tendensen op het gebied van de e-government front-office
    2.2. Kenmerken en tendensen op het gebied van de e-government back-office
    2.3. Integratie tussen communicatiekanalen en diensten
    2.4. Conclusie

  3. Strategische doelstellingen anno 2005

  4. Realisatie van de e-governmentdoelstellingen in de praktijk (concrete acties)

    4.1. Uitbouw van een basisvoorziening voor gegevensuitwisseling en applicatie-integratie binnen de Vlaamse overheid: ‘Het Vlaams Integratie Platform’
    4.2. De uitbouw van authentieke gegevensbronnen
    4.3. De Vlaamse Integratie Projecten (VIP)
    4.4. Uitbouw van een beveiligde log in
    4.5. De uitbouw van een multi-kanaal front-office
    4.6. Een nieuwe organisatiestructuur voor het Vlaamse e-government

  5. Lange termijn aanpak voor e-government

NOOT

Informatie en communicatie technologie (ICT) is een middel en een hefboom om de werking van de overheid te optimaliseren. E-government is dan ook niet meer of niet minder dan een instrument in het streven naar een efficiënt en effectief overheidsbeleid. Het uiteindelijke doel van e-government is dat organisaties ICT als een onderdeel beschouwen om tot een klantgerichte dienstverlening te komen. E-government is als begrip alleen al van belang omdat het de aandacht richt op een efficiënt en klantgericht functioneren van de overheidssector.

1. Inleiding

De Vlaamse overheid kent sinds haar oprichting een traditie van informatisering. De Vlaamse overheid werd in vgl. met andere overheden vrij snel en grondig geïnformatiseerd. De voorsprong op het gebied van ICT heeft zich echter nog niet vertaald in een voorsprong op het gebied van e-government.

Midden de jaren 90 werd een eerste portaalsite ‘www.vlaanderen.be’ opgezet. Deze site werd in verschillende stappen verder uitgebreid. De portaalsite fungeerde eerst als website van het toenmalige Ministerie van de Vlaamse gemeenschap (m.a.w. als wegwijzer naar de diverse sites die door de diverse departementen binnen het ministerie van de Vlaamse gemeenschap werden uitgewerkt). Via de koppeling met de informatie van de Vlaamse infolijn werd in de loop der jaren meer en meer informatie vanuit de gehele Vlaamse overheid (Vlaamse openbare instellingen en de diverse Departementen) gekoppeld. Daarnaast werden binnen diverse beleidsdomeinen thematische portaalsites uitgebouwd. Goede voorbeelden zijn de websites Mobiel Vlaanderen, en de onderwijsportaal. Deze thematische portaalsites zijn echter een noodzaak omwille van het groot aantal websites binnen de Vlaamse overheid (nl. meer dan 250 verschillende websites).

Relatief langzamer verliep de uitbouw van de back-office (de achterliggende systemen van deze websites). Eind de jaren 90 waren er quasi geen interactieve en transactionele applicaties van de Vlaamse overheid op het internet aanwezig. Een aantal openbare instellingen zoals de VDAB speelden wel een voortrekkersrol. Naast de ontsluiting van interactieve en transactionele diensten is het aanbieden van een geïntegreerde dienstverlening voor het uitwisselen van gegevens tussen instellingen van belang. Een voortrekkersrol binnen het ministerie van de Vlaamse gemeenschap was het departement onderwijs die de administraties met de scholen in belangrijke mate elektronisch liet verlopen.

Met de oprichting van de e-governmentcel in 2001 werd een aparte entiteit opgericht met als doel om, via de inschakeling van e-government, de dienstverlening naar de klant toe te verbeteren. Een belangrijk instrument hiertoe was de afstemming van de front-office en de back-office op elkaar. Vanuit de Vlaamse regering werd de focus gelegd op het aanbieden van nieuwe e-diensten aan burgers en bedrijven. Mede door het sterk concentreren op de uitbouw van de portaal Vlaanderen werd initieel weinig geïnvesteerd in de uitbouw van de veel minder zichtbare back-office. Na het vertrekken van de e-government manager werd in 2004 de e-governmentcel geherstructureerd en ondergebracht bij de Vlaamse infolijn. In 2005 besliste de Vlaamse Regering om een nieuwe Coördinatiecel Vlaams e-government (CORVE) op te richten met als primaire taak de uitbouw van een geïntegreerde elektronische dienst­verlening door de Vlaamse overheid. De front office (de portaalsite Vlaanderen) wordt verder uitgebouwd door de Vlaamse infolijn. In dit artikel wordt in de eerste plaats de nadruk gelegd op initiatieven met betrekking tot de ontwikkeling van de back-office. Omdat ook de evoluties op het gebied van de front-office van belang zijn, komen deze eveneens kort aan bod.

 Naar het inhoudsoverzicht

2. Kenmerken van het gevoerde e-governmentbeleid

Uit de analyse van de sterke en zwakke punten van het gevoerde e-governmentbeleid kunnen we een aantal kenmerken en tendensen destilleren.

2.1. Kenmerken en tendensen op het gebied van de e-government front-office

Het e-governmentbeleid binnen het Ministerie van de Vlaamse gemeenschap was vanaf de start van het e-governmentproject gericht op het uitbouwen van de front-office, meerbepaald op de ontwikkeling van een nieuwe portaalsite Vlaanderen. Hierbij werd gestreefd naar uniformiteit inzake website-ontwikkelingen a.d.h.v. het uitwerken van een huisstijl en de uitbouw van een gemeenschappelijk content management systeem (CMS). De stijlgids en het CMS systeem werden expliciet opgezet om de grote hoeveelheid corporate websites binnen de Vlaamse overheid te uniformiseren. Dit lukt tot op vandaag echter in beperkte mate. Anno 2005 zijn er nog steeds meer dan 200 verschillende websites van de Vlaamse overheid op het internet aanwezig waarvan een minderheid de huisstijl respecteren . Zowel het doel als het niveau van complexiteit van de front-office applicaties aangeboden via deze websites is sterk verschillend. De focus op de front-office heeft in beperkte mate aanleiding gegevens tot de integratie van websites in grotere gehelen. Een aantal Vlaamse openbare instellingen slagen er echter wel in om met één geïntegreerde site naar buiten te treden. Voorbeelden zijn de website van de VDAB, Kind en Gezin en De Lijn.

2.2. Kenmerken en tendensen op het gebied van de e-government back-office

Pas in 2004 werd vanuit de centrale e-government budgetten geïnvesteerd in de uitbouw van de back-office. Een eerste aanzet werd gegeven met de keuze voor een Enterprise Application Integration (EAI) oplossing. Deze EAI oplossing moet het samenwerken tussen diensten en applicaties mogelijk maken. De ontwikkeling van authentieke gegevensbronnen die de basis vormen voor de toekomstige gegevensuitwisseling tussen applicaties vormt momenteel een prioriteit. De kennis inzake EAI binnen het Ministerie van de Vlaamse gemeenschap is vandaag beperkt tot een paar personen. Daarintegen is de vraag (zowel vanuit de VOI’s als het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap) naar authentieke referentiebronnen en manieren om deze bronnen te bevragen groot. Een aantal VOI’s zoals de VDAB en de VHM hebben competenties in huis inzake EAI.

2.3. Integratie tussen communicatiekanalen en diensten

Het front- en back-office beleid zijn tot op vandaag sterk aanbod gericht en over het algemeen weinig geïntegreerd. Back-office integratie wordt vandaag vooral op micro niveau (vb. binnen een afdeling, of binnen een departement) gerealiseerd. De noodzaak hiertoe ontstaat meestal vanuit een streven naar een efficiëntere interne procesafhandeling.

Een aantal VOI’s zoals de VDAB en Kind en Gezin vervullen een voortrekkersrol inzake een klantgerichte e-governmentbenadering. Een ander goed voorbeeld van vraaggestuurd werken is de Vlaamse infolijn. De Vlaamse Infolijn is de laatste jaren uitgebouwd tot een klantengericht call-center die via een multikanaal aanpak de burger informeert (nl. via telefoon, via de portaalsite Vlaanderen, via SMS en e-mail). In de beleidsdomeinen mobiliteit en openbare werken alsook in het domein wetenschap en innovatie werden de klanten bevraagd gehouden naar hun wensen inzake elektronische dienstverlening via verschillende kanalen (internet, IDTV, GSM, GPRS, callcenter,…). Deze geïntegreerde aanpak is vandaag beperkt tot een aantal goede praktijkvoorbeelden.

2.4. Conclusie

Uit het bovenstaande blijkt dat er nog heel wat werk te presteren valt met betrekking tot de uitbouw van een klantengericht front-office. De fundamenten zijn hier echter in belangrijke mate aanwezig (portaalsite Vlaanderen, thematische portaalsites en de Vlaamse infolijn). Op het gebied van back-office ontwikkelen dient de basis voor een geïntegreerd samenwerken en geïntegreerde gegevensuitwisseling en applicatie-integratie echter nog gelegd te worden. Het is opvallend dat een aantal van de grote VOI’s (VDAB, kind en gezin, De Lijn) er in geslaagd zijn om een grotere mate van front- en back-office integratie te realiseren als de departementen van het ministerie van de Vlaamse gemeenschap.

De uitdaging bestaat erin om de integratie tussen front-office en back-office te realiseren en de geïnvesteerde middelen maximaal in te zetten ten behoeve van de realisatie van de beleidsdoelstellingen van de verschillende departementen en ten behoeve van de realisatie van de strategische doelstellingen op het gebied van goed (e)-government.

 Naar het inhoudsoverzicht

3. Strategische doelstellingen anno 2005

Het doel van het Vlaamse e-government is gebruiksvriendelijke elektronische diensten aanbieden aan burgers en bedrijven, de lasten en kosten te beperken, en de competitiviteit van de ondernemingen te ondersteunen.

Om deze visie te verwezenlijken gaat de Coördinatiecel Vlaams e-government bij de keuze van e-government projecten en bij het nemen van e-government initiatieven uit van de volgende principes:

  1. Toegankelijk en vraaggestuurd, “de overheid legt de drempels zo laag mogelijk” en “de overheid luistert zo goed mogelijk”

    De overheid moet het gebruik van haar e-government diensten zo eenvoudig mogelijk en zo goedkoop mogelijk houden. Dit kan verwezenlijkt worden door ze aan te bieden via allerlei toegangskanalen (PC, iDTV,…) en aan een zo laag mogelijke gebruikskost. De nadruk moet vooral liggen op het aanbieden van leesbare informatie en goed bruikbare diensten, om te vermijden dat e-government zou bijdragen tot het nog verder verdiepen van de digitale kloof.

    De overheid moet luisteren naar de echte behoeften van de burgers en bedrijven bij het ontwerp van nieuwe e-government diensten.

  2. Vereenvoudigd, “de overheid vraagt zo weinig mogelijk”

    De overheid moet haar burgers en bedrijven zo weinig mogelijk om reeds bekende informatie vragen. Dit kan verwezenlijkt worden door het eenmalig inzamelen en maximaal (her)gebruiken van de gegevens die de Vlaamse overheid al kent. E-government projecten zijn nog te vaak beperkt tot het “digitaliseren van de bureaucratie”. Dergelijke projecten vertrekken vanuit de bestaande administratieve processen en gaan na hoe die met behulp van ICT enigszins klantvriendelijker en eenvoudiger kunnen gemaakt worden. De echte meerwaarde van een e-government project ontstaat echter pas wanneer tegelijk ook de dienstverlening en het ganse achterliggende proces grondig worden herdacht.

  3. Geïntegreerd, “de overheid werkt zo nauw mogelijk samen”

    De overheid moet haar eigen processen en systemen zo goed mogelijk op elkaar afstemmen, om haar werking en dienstverlening te verbeteren. Dit kan verwezenlijkt worden door een betere uitwisseling van gegevens en integratie van applicaties.

  4. Veilig,“ de overheid beheert zo goed mogelijk”

    De overheid moet er voor zorgen dat burgers en bedrijven vertrouwen kunnen hebben in haar e-government dienstverlening. Ze moet daarom voldoende aandacht te hebben voor beveiliging en het nodige respect voor privacy te garanderen.

Om deze doelstellingen te realiseren concentreert het e-governmentbeleid zich op :

  • Uitbouw van een basisvoorziening voor gegevensuitwisseling en applicatie-integratie binnen de Vlaamse overheid: ‘Het Vlaams Integratie Platform’
  • De uitbouw van authentieke gegevensbronnen
  • De Vlaamse Integratie Projecten (VIP)
  • Uitbouw van een beveiligde log in
  • De uitbouw van een multi-kanaal front-office
  • Een nieuwe organisatiestructuur voor het Vlaamse e-governmen

 Naar het inhoudsoverzicht

4. De realisatie van de e-governmentdoelstellingen in de praktijk (concrete acties)

4.1. Uitbouw van een basisvoorzieningen voor gegevensuitwisseling binnen de Vlaamse Overheid: ‘Het Vlaams integratie platform’

Om het maximale hergebruik van gegevens binnen de Vlaamse overheid mogelijk te maken moeten de juiste infrastructuur en organisatie opgezet worden om de uitwisseling van gegevens en de integratie van applicaties te ondersteunen: het Vlaamse Integratie Platform. De bouw en promotie van dit platform is één van de kerntaken van de Coördinatiecel Vlaams e-government. De filosofie van het Vlaams Integratieplatform ligt in het opzetten van een diensten georiënteerde aanpak en architectuur. De basis voor de architectuur zijn het opzetten van gemeenschappelijke basisvoorzieningen.

De gemeenschappelijke organisatie en basisvoorzieningen bevinden zich in de eerste plaats op het domein van het aanbieden van bronbestanden (adressen, gegevens personen, bedrijven etc...), Het Vlaams Integratie Platform wil dan ook in de eerste plaats de concrete implementatie van generieke databestanden ondersteunen. De uitwisseling van gegevens gebeurt concreet via de Vlaamse Service Bus (VSB). De uitbouw van het Vlaams Integratie Platform zal vraaggericht gebeuren via het opzetten van overlegstructuren en samenwerkingsverbanden enerzijds en door het begeleiden van Vlaamse integratieprojecten (projecten ondersteunen die gebruik maken van basisvoorzieningen) anderzijds. De aanpak zal plaatsvinden in verschillende stappen:




  1. De huidige situatie

    In de huidige situatie worden koppelingen tussen gegevens gelegd door middel van punt tot punt verbindingen tussen applicaties van de Federale- of de Vlaamse overheid. Indien één van de partijen wijzigingen doorvoert aan het systeem van dataoverdracht heeft dit automatisch gevolgen voor de andere applicatie. Er is geen geautomatiseerd systeem voor de afhandeling van berichten in een één op veel relatie.

  2. Eerste fase van het Vlaams Integratie Platform

    De Vlaamse servicebus zorgt ervoor dat applicaties op een georkestreerde manier gegevens onderling kunnen uitwisselen. De uitwisseling van deze gegevens verloopt over de Vlaamse servicebus en zorgt ervoor dat diverse applicaties gegevens kunnen uitwisselen. De applicaties zelf dienen niet te worden aangepast aangezien dit op het niveau van de Vlaamse servicebus plaatsvindt. Het uitwisselen van gegevens gebeurt in deze fase tussen de ministeries onderling en de Vlaamse interne en externe verzelfstandigde agentschappen. De beveiliging wordt verzorgd via Access Control Management (ACM) a.d.h.v. de elektronische identiteitskaart (zie 4.2.).

  3. Tweede fase van het Vlaams Integratie Platform (lokale besturen)

    Het Vlaams Integratie Platform wordt opengesteld voor lokale besturen zodat zij informatie kunnen uitwisselen met de diverse Vlaamse referentiebronnen.

  4. Derde fase van het Vlaams Integratie Platform (formulieren en betalingsdiensten)

    Het Vlaams Integratie Platform wordt uitgebreid met de diensten elektronische formulieren en elektronische betaling. Deze diensten kunnen naadloos geïntegreerd worden in de portaalsite Vlaanderen.

  5. Vierde fase van het Vlaams Integratie Platform (formulieren en betalingsdiensten voor lokale besturen)

    Het Vlaams Integratieplatform wordt uitgebreid met de diensten elektronische formulieren en elektronische betaling. Deze diensten kunnen naadloos geïntegreerd worden bij de bouw van applicaties zoals de Vlaamse portaal en de portaalsites van de diverse Vlaamse openbare instellingen.

Het Vlaams Integratieplatform is absoluut noodzakelijk om de eenmalige inzameling van gegevens tot een succes te maken. Een op zijn minst zo belangrijke succesfactor is het verkrijgen van een breed politiek en administratief draagvlak. Horizontale medewerking is een absolute vereiste. De realisatie van dit principe zal immers op korte termijn inspanningen vragen van de verschillende agentschappen om hun processen, aanvraagformulieren en informatiestromen te heroriënteren. De Coördinatiecel zal de bouwstenen aanreiken om dit zowel methodologisch als technologisch mogelijk te maken, maar in elk administratief proces zal door de agentschappen zélf nagegaan moeten worden welke informatie bij de overheid zélf kan worden opgevraagd in plaats van bij de burgers en de bedrijven.

4.2. Uitbouw van authentieke gegevensbronnen

Een goed werkend stelsel van Vlaamse authentieke gegevensbronnen, ontsloten via de twee geplande kruispuntbanken, biedt enorme voordelen. Burgers en bedrijven moeten voortaan slechts éénmalig hun gegevens aan de Vlaamse overheid verstrekken.

Bovendien kunnen die gegevens vervolgens maximaal worden gedeeld en (her)gebruikt, wat leidt tot meer dan alleen lagere kosten: het maakt beter geïntegreerde (elektronische en klassieke) dienstverlening vanuit de Vlaamse overheid mogelijk en reduceert aanzienlijk de kans op fouten en dubbel werk. Op federaal niveau heeft de bestaande Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ) al aangetoond dat een dergelijk model werkt en kan leiden tot aanzienlijke besparingen en verbeteringen in de (e-government) dienstverlening. Authentieke gegevensbronnen zijn een conditio sine qua non bij een éénmalige gegevensopvraging.


Figuur 6: Overzicht authentieke gegevensbronnen

In de praktijk zijn er een 5-tal type databanken van groot belang voor de Vlaamse overheid. Deze databanken bevatten gegevens over bedrijven, personen, adressen, percelen en gebouwen. De authentieke gegevensbron ‘kaarten’ omvat verschillende kaartlagen en is m.a.w. een samengestelde gegevensbron. Vanuit de Coördinatiecel Vlaams e-government wordt momenteel de nadruk gelegd op de ontwikkeling van authentieke gegevensbronnen voor personen en bedrijven op basis van federale authentieke gegevensbronnen (de kruispuntbank voor ondernemingen en het Rijksregister). Vanuit het ondersteunende centrum GIS-Vlaanderen worden authentieke gegevensbronnen voor adressen (zgn. CRAB – Centraal Referentie AdressenBestand) en KADVEC (vectoriële kadasterplannen) uitgewerkt. Hiermee kunnen op middellange termijn 4 van de 6 unieke referentiebronnen worden gerealiseerd.

4.2.1. Auhentieke gegevensbronnen voor bedrijven: VKBO (Verrijkte KruispuntBank voor Ondernemingen)

De verrijkte kruispuntbank voor ondernemingen wordt het centrale bestand voor bedrijfsgegevens in Vlaanderen. De VKBO is een verrijking van het federale KBO. Het doel van de vkbo is:

  • Het centraliseren van tientallen Vlaamse diensten en applicaties die met de federale kruispuntbank voor ondernemingen (KBO) willen communiceren voor de referentiering van hun klanten-registratie. Het VKBO-project wil de registratie naar het KBO opvangen via één centrale Vlaamse toegang;

  • Het verrijken van de KBO-gegevens ("basissignaletiek" van de ondernemingen) met extra informatie over de ondernemingen (bv. verrijkte algemene gegevens & Vlaamse dossiergegevens), om applicaties intelligenter te laten functioneren enerzijds en om een vollediger "ondernemersfoto of -fiche" te kunnen presenteren anderzijds.

de vkbo moet leiden tot een efficiëntere overheids via toepassing van het principe van de unieke gegevensinzameling. Hierdoor word een klimaat dat performante e-gov-toepassingen mogelijk doordat ondernemingsgegevens uit diverse bronnen digitaal bereikbaar worden.

De VKBO-dienst zal bestaan uit 3 componenten:

  • Component 1 - KBO-basissignaletiek (de gegevens zoals nu worden bijgehouden in de federale kruispuntbank voor ondernemingen);
  • Component 2 - Algemene verrijkingen.

Een aantal Vlaamse diensten en applicaties hebben nood aan meer informatie over ondernemingen die niet in de basissignaletiek van het federale KBO zijn vervat. Deze basisinformatie (basissignaletiek) zal in het kader van de vkbo centraal worden aangeboden incl. extra informatie vanuit Vlaamse databanken. Bij deze extra informatie wordt gedacht aan:

  • Jaarrekening-gegevens die indicaties verschaffen over de grootte van een onderneming;
  • Personeelsindicaties (o.a. RSZ-info);
  • Contactinformatie;
  • Aandeelhoudersschap van de ondernemingen;
  • Paritair comité van de ondernemingen;
  • Import-export-indicaties.
  • Component 3 - Vlaamse verrijkingen

Elke applicatie die specifieke bedrijfsinformatie beheerd kan, via de koppeling met het unieke ondernemingsnummer, extra informatie aanbieden om een globale ondernemingsfoto samen te stellen. Op die manier wordt -naast de basisinfo & algemene verrijking- meer gedetailleerde dossierinformatie getoond m.b.t. een bepaalde onderneming. Op termijn moet het via de ondernemingsfoto applicatie mogelijk worden om een overzicht aan te bieden van alle lopende dossiers.

4.2.2. Authentieke gegevensbronnen voor Personen (VKBP) Vlamse KruispuntBank voor Personen

De Vlaamse kruispuntbank voor personen wil wat de vkbo voor bedrijven doet realiseren voor personen. de vkbp heeft als doel om:

  • De diverse Vlaamse diensten en applicaties die met de Kruispuntbank Sociale Zekerheid (KSZ) willen communiceren voor het opvragen van persoonsgegevens toegang te geven tot deze gegevens. Het VPR-project wil de registratie-problematiek naar de KSZ opvangen door het aansluiten via één centrale Vlaamse toegang;

  • De KSZ gegevens te verrijken met extra informatie over personen (bv. verrijkte algemene gegevens & Vlaamse dossiergegevens), met als doel applicaties intelligenter te laten functioneren.

Het VPR voorziet in de ontwikkeling van een "netwerkcentrische dienstverlening". Dit wel zeggen dat partijen zoveel mogelijk rechtstreeks de "authentieke gegevensbron" raadplegen (bv. via webservices).

De Vlaamse overheid wil op die manier een eigen Vlaamse "VKBP" (Verrijkte KSZ) creëren, zijnde een knooppunt waar de basisgegevens wordt aangeboden, verrijkt met informatie (persoonsgegevens en beheersgegevens) afkomstig uit Vlaamse authentieke gegevensbronnen. De totale dienstverlening bestaat aldus uit een combinatie van applicaties en databestanden van verschillende (Vlaamse) bronnen, die allemaal gebruik maken van het rijksregisternummer als sleutel.

4.2.3. Percelen: KADVEC en KADSCAN

De KADVEC en KADSCAN bestanden bieden de mogelijkheid om alle percelen in Vlaanderen ruimtelijk te lokaliseren aan de hand van kadastrale gegevens met een variabele (middenschalige tot grootschalige) nauwkeurigheid.

Het kadastrale plan geeft de grafische voorstelling van de percelen en gebouwen, met zijn perceelsnummers, weer. Het KADVEC is opgebouwd vanuit fiscaal oogpunt, namelijk ter bepaling en vastlegging van het Kadastraal Inkomen en de onroerende voorheffing. Bij het kadaster zijn deze plannen momenteel enkel verkrijgbaar onder analoge vorm. De kadasterplannen worden vooral bij lokale besturen heel intensief gebruikt. Met KADVEC en KADSCAN wordt er een elektronisch kadaster ter beschikking gesteld.

Het KADVEC is een project van het ondersteunend centrum GIS-Vlaanderen (OC-GIS). Het KADVEC bestand wordt door het OC-GIS beheerd en ter beschikking gesteld. Het KADVEC heeft, omdat het door de gemeentes wordt bijgewerkt en centraal beheerd wordt door het OC-GIS het potentieel om een authentieke gegevensbron te worden.

Doelstelling van het KADVEC en KADSCAN zijn:

  • Het aanbieden van één generiek bruikbare standaard op het vlak van kadasteriele data (KADSCAN);
  • Eén correct bestand met alle kadastrale gegevens incl. georeferenties (KADVEC).

4.2.4. Authentieke gegevensbron voor adresgegevens: CRAB

CRAB staat voor Centraal Referentie Adressen Bestand. In essentie is het CRAB een bestand met alle huisnummers en straatnamen in Vlaanderen. Omdat het CRAB ook de geografische positie van de adressen bevat vormt het CRAB een goede link met geografische informatie.

Het CRAB wordt eveneens door het OC-GIS ter beschikking gesteld en beheerd. Het CRAB wordt door net zoals het KADVEC uitgebouwd tot een authentieke gegevensbron.

De doelstellingen van het CRAB zijn:

  • Eén generiek bruikbare standaard op het vlak van definitie en codering tot stand brengen;
  • Eén correct bestand met alle volledige adressen (incl. alle huisnummers en straatnamen);
  • Informatie over de geografische ligging van adressen te integreren.

4.2.5. Authentieke gegevensbron voor gebouwen

Een 5 e belangrijk basisbestand is een bestand met gegevens over gebouwen. De koppeling van gebouwen aan adressen en percelen is van belang wanneer meerdere personen of organisaties gehuisvest zijn in één gebouw.

4.2.6. Authentieke gegevensbron met kaartinformatie

Kaartgegevens zijn een belangrijke bijkomende algemene informatiebron. Belangrijke kaartgegevens zijn o.a. hoogtemodellen, gewestplannen, leidingplannen etc… In Vlaanderen zal via de uitbouw van het grootschalig referentiebestand (GRB) de noodzakelijke basisinformatie leveren. Het GRB wordt gemeente per gemeente opgebouwd. Een gebiedsdekkend GRB wordt verwacht na 2010. Daarnaast wordt er momenteel een proefproject uitgewerkt tussen de Coördinatiecel Vlaams e-government, de administratie huisvesting en ruimtelijke ordening en het OC-GIS Vlaanderen om via webservices generieke geo-datalagen te ontsluiten en te manipuleren. Hierdoor krijgen zowel de gemeenten als de Vlaamse overheid de kans om gemeenschappelijke datalagen te gebruiken en te beheren.

4.3. De bouw van generieke projecten via gemeenschappelijke voorzieningen (De Vlaamse Integratie Projecten)

Om gebruik te kunnen maken van authentieke gegevensbronnen dienen applicaties te worden aangepast of van een middelware voorzien te worden die de vertaling van de authentieke gegevensbronnen naar de applicatie voorziet.

Het VIP programma is een zeer belangrijke impuls met het oog op de uitbouw van een gemeenschappelijk dienstenplatform. Het VIP programma wil de eerste klanten, die risico’s lopen wanneer zij in een algemeen generiek dienstenverhaal instappen (lees de Vlaams Service Bus) zowel financieel als praktisch steunen. Ook qua promotionele waarde zijn deze projecten van enorm belang, aangezien het concept van een servicebus zeer abstract is.

Vanuit beleidsoogpunt heeft het VIP programma de bedoeling om projecten die bijdragen tot een klantvriendelijke, elektronische én vereenvoudigde overheid te ondersteunen.

In 2005 werden 6 projecten geselecteerd, die voor 1 miljoen euro zullen ondersteund worden. De Authentieke gegevensbronnen zijn een conditio sine qua non bij een éénmalige gegevensopvraging. projecten zullen in de periode 2005-2006 worden gerealiseerd. De projecten dienen burgers en bedrijven ten goede te komen, dienen gebruik te maken van, of een bijdrage te leveren aan de Vlaamse Service Bus of gebruik te maken van ACM. Daarnaast wordt rekening gehouden met de aspecten ‘administratieve vereenvoudiging’, samenwerking tussen verschillende entiteiten en de afstemming tussen front- en back-office. In 2005 – 2006 zullen dankzij de VIP projecten het formulier kinderbijslag voor +18 jarigen worden afgeschaft, er gegevens over bedrijven worden uitgewisseld vanuit economie, milieu, werkgelegenheid etc… en zal er gebruik kunnen worden gemaakt van een uniek Vlaams ondernemingsnummer. Daarnaast worden diverse bestanden met geografische data gemeenschappelijk opengesteld voor alle overheden en voor burgers en zal het mogelijk zijn om uw studiebeurs online aan te vragen.

4.4. Uitbouw van een beveiligde log in

De beveiligde log-in ‘ACM (Access Control Management)’ heeft tot doel een veilige ontsluiting van informatie en diensten via het Internet te verzekeren. Met ACM wordt het mogelijk om applicaties te beveiligen via de elektronische identiteitskaart en het Federaal token. ACM is van groot belang met het oog op de bescherming van gegevens en omwille van de rechtszekerheid (via authentificatie) anderzijds. Het ACM project is een belangrijk element in het kader van de doelstelling veiligheid.

Noot:
Het (federaal) token is een kaart ter grote van bankkaart waarop een aantal codes staan die moeten worden gebruikt om geldig in te loggen. Het federaal token wordt uitgegeven door de Federale overheid en kan o.a. worden gebruikt om uw belastingsaangifte elektronisch door te geven.

4.5. De uitbouw van een multi-kanaal front-office

De ontwikkeling van de portaalsite Vlaanderen wordt aangestuurd door de Vlaamse infolijn. De portaalsite Vlaanderen wordt vanuit de back-office van de infolijn aangestuurd. De back-office wordt uitgebouwd als een multi-kanaal back-office waarmee via internet, IDTV en telefoon kan gecommuniceerd worden. Vandaag behoort ook begeleid surfen via de telefoon en begeleiding via een chatbox tot de mogelijkheden.

De basis voor de multikanaal front-office is het CRM systeem van de infolijn als centrale database en een content management systeem voor de elektronische publicatie van gegevens.

De infolijn heeft als beheerder van de front-office de ambitie om o.a. in het kader van de openbaarheid van bestuur een naadloze doorverwijzing te realiseren naar informatie en diensten op federaal, regionaal, provinciaal en lokaal niveau. Via de uitbouw van een multi-kanaal front-office wordt bijgedragen tot de doelstelling ‘toegankelijkheid en vraaggestuurd’.

4.6. Een nieuwe organisatiestructuur voor het Vlaamse e-government

Om de cultuur van samenwerking rond e-government ingang te doen vinden binnen de Vlaamse overheid maakt de coördinatiecel e-government gebruik van twee netwerken: nl. de clusterwerking en de MAGDA en KANDA werkgroepen.

De clusterbeheerders werken meer en meer als informatie- en kennisbeheerders m.b.t. e-government. Binnen elk beleidsdomein is er één clusterbeheerders aangesteld.

Met het oog op de realisatie van gegevensuitwisseling tussen applicaties, meerbepaald de wijze waarop gegevens worden uitgewisseld, worden twee werkgroepen opgericht: MAGDA (Maximale gegevensdeling tussen administraties) en KANDA (Koppeling van applicaties voor nieuwe dienstverlening door administraties). De eerste werkgroep heeft tot doel datastandaarden uit te werken. De tweede werkgroep neemt de applicaties zelf, die met de gegevens moeten omgaan, onder de louppe.

In september 2005 werd het lange termijn programma van de Vlaamse Service Bus (VSB) goedgekeurd door CORVE. In dit programma wordt onder andere beschreven dat de eerste fase van de VSB, namelijk de ontsluiting van de vkbp (het unieke personenregister) en de ontsluiting van de vkbo (het unieke bedrijvenregister) in productie gaat in het eerste kwartaal van 2006. Via ACM zal het mogelijk zijn gegevens op te vragen via een generieke en veilige interface.

Het gemeenschappelijk platform voor data-uitwisseling zal worden beheerd door de Vlaamse Integratie Competentie Cel (VICC). Het VICC bestaat uit vertegenwoordigers van de coördinatiecel e-government, de entiteit sturing en controle van de Vlaamse overheid en de ICT outsourcer. Het VICC wordt aangestuurd vanuit de vraag van de e-government clusters en de KANDA en MAGDA werkgroepen.

Het VICC zal bestaan uit leden van CORVE, SCICT en EDS-Telindus. Dit team zal het VSB programma coördineren en ondersteunend werken naar de Vlaamse Overheid in het kader van data-, applicatie- en procesintegratie.

Om de e-government aanpak in te bedden in de organisatie is kennisbeheer van het grootste belang. Hiervoor wordt LABORA opgericht. De LABORA omgeving laat toe om informatie te delen en op een efficiënte manier samen te werken aan het opstellen van documenten. De generieke ontsluiting maakt naast verdere verfijningen aan de eRegeren applicatie (waarop LABORA werd geënt) deel uit van de tweede fase van het Labora project, dat onder beheer van CORVE eind september werd gerealiseerd. De administratie Wetenschap & Innovatie zal als eerste van dit platform gebruik te maken.

 Naar het inhoudsoverzicht

5. Lange termijn ontwikkeling van e-government

E-government binnen Vlaanderen zit momenteel op een lange-termijntraject gaande van de bouw van de eerste bouwstenen en de uitwisseling van gegevens tot en met de volledige integratie van de back-offices.

De eerste stap bestaat uit de realisatie van de basisvoorzieningen voor gegevensuitwisseling en applicatie-integratie via de Vlaamse servicebus en de ontwikkeling van een aantal basisdiensten. Qua zichtbaarheid op het terrein wordt vooral geïnvesteerd in zichtbare projecten via de VIP projecten. Deze aanpak moet leiden tot een aantal succesverhalen.

Via communicatie, het opsporen van best-practices en het uitwerken van gezamenlijke standaarden willen we het dienstenaanbod stelselmatig uitbreiden. Het bouwen van services zal dan op basis van de opgedane ervaring en de reeds gerealiseerde componenten steeds sneller verlopen. De complexiteit van wat gerealiseerd kan worden zal eveneens steeds toenemen. In deze fase zullen maximale schaalvoordelen worden gehaald en zullen ook de achterblijvers overtuigd worden om in het ganse verhaal te stappen. In de uiteindelijke fase worden complexe projecten gerealiseerd die complexe behoeften dekken. Deze projecten zullen echter ook ingrijpende wijzigingen in bestaande processen (en structuren) van de Vlaamse overheid met zich meebrengen. Dit betekent dat de organisatie in haar geheel zich hieraan zal moeten leren aanpassen.



Lange termijn ontwikkeling e-government (flash animatie)

E-government is in deze fase dan ook sterk ingebed in de dagelijkse werking van de overheid. E-Government wordt dan een blijvend krachtig hulpmiddel in de evolutie naar een efficiënte en effectieve overheidsdienstverlening.

 Naar het inhoudsoverzicht

December 2005, Lieven Raes
Coördinatiecel Vlaams e-government

(c) CORVE 2012 - Disclaimer

De vlaamse visie op e-government

Bekijk het artikel zonder flash

Contactpersoon

Hans Arents